De Concessiewijk van De Haan
Einde 19de en begin 20ste eeuw begon het toerisme aan de Belgische kust op gang te komen. Dat reizen was uiteraard enkel bestemd voor de middenklassen en de burgerij. Een vakantie aan zee werd doorgaans doorgebracht in Oostende en Blankenberge, niet toevallig de twee steden met een treinstation. Om de tussenliggende gebieden ook te ontwikkelen, werd een kusttram aangelegd tussen beide steden. Destijds reden deze trams op stoom, wat maakte dat onderweg water getankt moest worden. Hiervoor werd in De Haan een station gebouwd waar een grote watertank voorzien werd. De ontwikkeling van De Haan had in die eerste periode vooral in de achterliggende polders plaats, bijvoorbeeld in het huidige Vlissegem en Klemskerke. De rest van het het grondgebied was duingebied en in handen van de staat. In 1889 verkrijgen twee architecten het erfpacht van de Belgische Staat om ongeveer vijftig heactare duin, gelegen ten noorden van die befaamde tramlijn te ontwikkelen. De Staat blijft eigenaar en legt...
Reacties
Een reactie posten